
Beslist het laatste. “Vlaanderen heeft de commerciële kwaliteitsfilm ontdekt!” klonk het enkele weken geleden ergens in het incestueuze Vlaamse medialandschap. Ja, én Alzheimer vergeten. Erik Van Looy’s stijl, zo prachtig de inhoud van De zaak Alzheimer weergevend, is het thespiskleed waarmee mooie, en minder mooie, jonge, en iets oudere halfgoden worden omhuld. Zozie. Daarmee is de zelflegitimerende link met de Griekse tragedie ook hier even bevestigd en wordt de Canvaskijker ook naar de cinema gelokt om tegen betaling deze anderhalf uur te lang durende hypergestylede Martini-zeer-Rosso clip op zijn lever te krijgen. Of was het bloody mary – want het is zwaar concurreren met een zondagavond CSI en andere CIS’sen? Maagdenbloed spreidt toch zo wijd en schoon op goudbrokaat en beton.
Een greep. De minder mooie van de vijf haantjes moét wel homo of voyeur zijn. De psychiater lees je de gevoeligheid in de ogen af en duikt analyserend de koffer in met ’t labielste geval van den hoop. Alle hoop en erotiek is weggeramd uit de vier Flamandes, die ijskonijnen van afhankelijkheid, onverschilligheid en jaloezie, maar het gezin blijkt alwederom de hoeksteen van de samenleving: wie ertegen zondigt, krijgt deksels nog aan toe op zijn neus. Geld maakt niet gelukkig, maar toch. Betonboeren zijn corrupt. Enz.
Enfin, aangestoken door deze haantjeskermis vol clichés, sta mij één male chauvinist opmerking toe: de drie seconden Marie Vinck in volle glorie laten je hersenen zuurstofloos; beslíst de derdemooiste vrouw van Vlaanderen, onmiddellijk voorafgegaan door heur moeder.
Wat hoop ik dat volgende kaskrakers weer gebaseerd zijn op stevige verhalen, geschreven door beroepsschrijvers.


