… had een kaartje achtergelaten omdat ik er niet was om een aangetekend schrijven in ontvangst te nemen. De kraaknet geüniformeerde bediende vindt in haar nieuwe computer niets en kijkt me argwanend aan. De communistische vakjeskast die de afbladderende muur half bedekt en het loshangend stopcontact beschermt al evenmin. Of ik het zéker gisteren en niet vandaag heb gekregen. Nee, mevrouw. Telefoontje met het hoofdkantoor. Daar eens langsgaan misschien? Hoofdkantoordame zoekt per telefoon de postbode in kwestie. Een half uur later blijkt de man dyslectisch of zo te zijn, want hij noteerde alleen maar verkeerde gegevens op het kaartje. Mijn brief ligt tóch in het eerste postkantoor. Terug.
Pff. Bruine vensterenvelop. Ministerie van Financiën. Merde. Al een hoop geloop mee gehad dit jaar. Brief 1. Geachte heer, u krijgt €9000 van ons. Wippie! Brief 2. Geachte heer, wij delen u mede dat hiervan €8635 belasting betaald werden. Dûh. Loket 1. Hoezó, mevrouw? Vraagt u eens aan Loket 2. Wel meneer, we hebben een komma verkeerd gezet waardoor u op papier teveel betaald had. Brief 3. Dat is dan in orde zo, meneer? Hebt u het begrepen? Brief 4. Allez, dan sluiten we dit dossier hé. Brief 5. Aangetekend. Doorgestuurd naar Hongarije. Meneer, het is nu officieel, dit dossier is gesloten hé.
Nog nazwetend van alteratie vertel ik collega Edith op de tram over mijn papieren voormiddag. Zij luistert gelaten en legt het boek dat ze aan het lezen was in haar schoot. Erzählungen, Franz Kafka.
