Archive for October, 2006

ARTHUR JAPIN, Een schitterend gebrek

Monday, October 23rd, 2006

een schitterend gebrek

“Verstand en liefde gaan niet samen. Je kunt niet doen alsof je verliefd op iemand bent, en als je echt vlinders in je buik hebt, kun je die echt niet het zwijgen opleggen omdat die Ware Jacob toevallig niet zo goed is voor je toekomstplannen. Je kunt niet berekenend verliefd zijn, en al evenmin kun je altijd de meest logische beslissingen nemen wanneer je in de wolken loopt.”

(Els Bertels op http://www.8weekly.nl/index.php?art=849 )

Arthur Japin is niet alleen een stilistische grootmeester, hij spreidt zijn brede vleugels ook graag uit om te drijven op de thermiek van wat hot is in culturele of literatuurwetenschappen. In Een schitterend gebrek belicht hij het traditioneel eenzijdig-mannelijke Casanova-verhaal door de ogen van diens Lucia – je moét er verdorie maar opkomen – en vult zo niet alleen gaten op in de autobiografie van de grote minnaar, maar compenseert ook andere tekortkomingen vanuit hedendaags-vrouwvriendelijker en misschien zelfs gendertheoretisch perspectief. Net zoals hij in De zwarte met het witte hart deed in (post-)koloniaal opzicht (zie Acta Neerlandica 4 van de neerlandistiek van Debrecen).

Verder uit de bespreking van Els Bertels:
“De hoofdpersoon wordt heen en weer geslingerd tussen verstand en gevoel. Maar niet op de manier waarop Bridget Jones en Carrie uit Sex and the City de wisselwerking tussen hart en hersenen ondergaan. De avonturen van hoofdpersoon Lucia zijn een stuk stijlvoller.

Lucia en Giacomo zijn verliefd, maar hij moet eerst zijn studie afmaken. We spreken Noord-Italië, ergens in de achttiende eeuw en het standsverschil tussen Lucia, dochter van bedienden, en Giacomo, student, is groot, maar niet onoverkomelijk. Terwijl Giacomo afstudeert, krijgt Lucia les: een leraar verandert haar in een beeldschone, welgemanierde, maar vooral ook zeer intelligente jonge vrouw. Maar dan slaat het noodlot toe: ze raakt besmet met de pokken, in die tijd nog een uiterst gevaarlijke en besmettelijke ziekte. Lucia overleeft, maar de schade is enorm: haar gezicht is voor altijd ontsierd door afzichtelijke littekens.”

En de rest… dat léést u maar eens! zou prof. Marcel Janssens zeggen.

Een haar in de boter

Monday, October 23rd, 2006

vrouw met baard

Als kleine verkoper op de baan in een of ander gat moet ie de laatste weken wel vaker in zijn auto kruipen waarop ’s nachts een spotprent gespoten werd over hem wiens vrouw niet slechts de broek draagt. Hij is het beu. Heeft ie genoeg van de Dritte im Bunde (zie onderschrift)?

Nee, hij houdt niet genoeg van haar.

(Gezien in Talk Talk Talk, een wekelijkse compilatie van praatprogramma’s, gepresenteerd door Sonya Kraus op Pro7.)

1956-2006 : Van Madonna tot de Heilige Opstand

Monday, October 23rd, 2006

opstand in debrecen

Wat Madonna met Abba doet, is citeren en opwaarderen. Waar de vier evangelisten van de popmuziek mij begeesterden met aanstekelijke melancholie in die éne fluitjingle, lukt het hààr – die meer voor het feminisme en bevrijding überhaupt heeft gedaan dan vele theoretici en theoreticae samen – mij de drang tot dansen op te dringen. Alstublieft.

Net hoorde ik haar in Havana (of all places – zoals in Cuba?! in Debrecen?! rechtser op de (huidige) landkaart én het politieke spectrum van Hongarije vind je amper wat) in het gezelschapvan Harry, Andi, Böbe Borsodi (ofte Sisi Soproni), Frau M., Christina, en de heren Stella (met onverzorgde kraag) en Tuborg (die heb ik maar zelf in mijn glas uitgenodigd).

En dat op de dag dat er 5 DODEN vielen – eh, het kunnen ook 20 gewonden zijn, het hangt een beetje af van de bron – onder het ondemocratische schorriemorrie in Budapest, alwaar ik, lafbek, heden wegbleef.
Nee, in plaats daarvan woonde ik de Opstand in Debrecen bij.

Huh. Wat in dit land met de geschiedenis gebeurt, is meer dan aanstekelijk herinterpreteren. Tenzij je het letterlijk neemt en de gisteren in beslag genomen molotovcocktails bedoelt, en de leider van de rechtse partij die het volk uitnodigt de wapens op te nemen.
In 1956 wilde Nagy Imre een communisme met menselijk gelaat. De Russen, meesters in communicatie, stuurden tanks om de gulyasketel af te sluiten. Tot een snelkookpan dus. Op 23 oktober brak een opstand uit die de (bijna-)dertigers onder mijn collega’s contra-revolutie hebben leren noemen en waarvan de helden sinds ‘89 uitvoerig bekranst, geloofd en gevierd worden. De inzet was: meer democratie in een star bevoogdend en repressief systeem. Dat is wat gisteren vredevol herdacht had kunnen worden.
Anno 2006 is Hongarije min of meer een democratie (ach ja: kerk en staat slapen onder dezelfde driekleur (wat ook elders te deum geklaagd is), de protocollaire president is, voorzichtig gezegd, partijdig te noemen, de oppositie hanteert ongestoord praktijken en een retoriek die in Europese kranten vol afschuw gekritiseerd worden en in de USA tot het afzetten van Nixon leidden, maar soit).

De premier bekent dat het systeem, de leidende politieke klasse, gelogen heeft, onverbloemd, en wil beter. Kan daarbij rekenen op een vertrouwensstemming in het parlement en het respect van bv. de Duitse FAZ.

Maar in Debrecen … wordt hij met de Satan gelijkgesteld. Net als de oude sovjetster moeten zijn symbolen in de Donau verzopen worden. Het Bijbelse Goede zal in dit calvinistische bolwerk zegevieren. Uit volle kleerkastborst citeren lederen streptococcen met meer haar dan fijnzinnigheid Petöfi. En brullen dat wie niet met hen is, zich geen Hongaar dorst te noemen. Waarom ik foto’s neem, vragen oude-dames-met-stickers me. Of ik een provocateur van de sossen was. Van een Opstand mààkt men toch geen foto’s. En of ik de hoffelijkheid zou hebben om van het stadsembleemmozaïek te stappen. In deze Heilige Cirkel met Schaap en Dubbel Kruis (Niet het Lijf van het Schaap; dat zou het Te Sexy maken) knielde even later – innig ingetogen – een vrouw van mijn leeftijd om een kruis te slaan, en daarmee mij met blijvende verstomming. Om de Satan-premier mede uit te drijven, allicht.

Ja, ik héb een (ondertussen persoonlijk) probleem met Bert Anciaux. Maar dan liever sponsoring voor een straatbarbecue n.a.v. 700 jaar Guldensporenslag dan dit.

Ik begrijp stilaan waarom zoveel Einheimische zich om de meest uiteenlopende redenen door alcohol willen laten benevelen.

Elders ooit anders, heup ek stilaan.
Rare jongens, die Hongaren.

Winkelkarretjes en revoluties

Thursday, October 19th, 2006

Soms denk ik dat het énige wat in dit land nog een tendens naar links kan vertonen, het winkelkarretje van gisteren in de Tesco is. Dat zelfs de socialisten voor de verkiezingen een singeltje uitbrengen waar (beslist 56 keer) het woord Magyarország herhààld en herhààld wordt, is voor iemand die uit een land komt waar men gelukkig niet gehinderd wordt door enige vorm van nationalisme (Geert van Istendael) moeilijk te vatten. Ik sta erbij, kijk ernaar en reis een beetje rond. Dit weekend worden Schwaben bezocht in het uiterste westen en er zijn plannen om nog dit academiejaar Transsylvanië aan te doen, de (huidige) oostgrens voorbij. Hopelijk vang ik een glimp op van Vlad Tepes, Dracula; ik moest weliswaar een zee van tijd overbruggen om hem te vinden tussen de fascinatie van Bram Stoker’s Dracula, Coppola’s verfilming en een heus bezoek, maar soit. Sommige puzzels hebben tijd nodig.

Maandag 23 oktober wordt de revolutie van 1956 herdacht. Politiek rechts mobiliseerde ondertussen immobiele in tenten overnachtende betogers – die niet uit de weg willen voor het hoog bezoek (o.a. ons eigenste staatshoofd Albert!) en daarbij met democratische argumenten schermen. Ik heb mijn camera’s al opgeblonken.

Geurend onder je daar, oksel ik je haren muskus.

Wednesday, October 11th, 2006

filmplakat das parfum

Het is een vergissing te denken dat parfums werden ontwikkeld om onze lusten te wekken. Het tegendeel is waar. Parfum is bedacht om onze natuurlijk seksgeuren te verdrijven. Dat is bijzonder jammer, vindt Filip Huysegems. ‘Ik wil niet dat een vrouw naar boomschors of bloemperkje ruikt.’ Een ode aan de oksel.

Zo las de lead van het op Valentijnsdag 2001 in De Standaard verschenen essay Het ruikt hier naar zin van Filip Huysegems (eindredacteur DSDL). Zelf een aromatische dweper zijnde én daarom ook blij dat het onverfilmbare Das Parfum zijn weg naar het witte doek gevonden heeft, ben ik zo vrij een paar fragmenten eruit hier weer te geven.

Het gebeurde tussen de rekken van een bibliotheek. Ik zat, laag tegen de grond gehurkt als een primaat, een boek te zoeken op de laagste legger. Zij stond pal naast mij en op het moment dat ik verrees op mijn twee benen, reikte zij naar de allerhoogste plank. Mijn neus streek, onvermijdelijk, rakelings langs haar oksel. Het aroma van haar zweet, fris als een zeebriesje, drong mijn neusgaten binnen. Het was goddelijk. Ik tolde. Ik voelde mezelf zwellen. Openbare bibliotheek of niet, ik had haar zo willen bestijgen. De beschavende invloeden van eeuwen vielen van mij af. Ik was – neolithisch. (…)


[Het Parfum van Patrick Süskind] draait rond Jean-Baptiste Grenouille, die op 17 juli 1738 het leven ruikt achter een viskraam, in het grootste stinkkwartier van de grootste stinkstad van die tijd, Parijs. Grenouille is begiftigd met een supergevoelige neus. Tot op kilometers afstand kan hij geuren onderscheiden en tot in de geringste finesses ontleden. Op een avond ruikt hij een meisje aan de overkant van de Seine, ,,haar okselzweet zo fris als een zeebries, haar haren zoet als notenolie, haar geslacht geurend als een boeket waterlelies.” Hij spoort haar op, vermoordt haar en ,,ruikt haar leeg”. Met die herinnering – en die aan 24 andere vrouwen die hij nog vermoordt – brouwt hij het ultieme parfum. Maar hij wordt gevat voor de moorden en veroordeeld. Vlak voor zijn executie, waar tienduizend toeschouwers op af komen, ontkurkt hij de flacon met vrouwenextract. De gevolgen zijn spectaculair. ,,Vrouwen gooiden zich met opgeheven rokken ter aarde, mannen haalden met trillende vingers hun als door een onzichtbare vorst stijfbevroren lid uit de broek.” Grijsaard met deerne, jezuïet met vrijmetselaarster, dagloner met advocatenvrouw, wat een terechtstelling had moeten zijn, wordt een massaorgie en ,,de lucht was zwaar van de heerlijke zweetlucht van de lust.” Grenouille krijgt clementie, maar ver komt hij niet met zijn machtige parfum, want korte tijd nadien wordt hij door clochards aan stukken gereten en verorberd uit ,,pure liefde”.

Tsjêbbe Hettinga

Tuesday, October 10th, 2006

tsjêbbe hettinga
Dé bard. Net een documentaire over hem gezien én mijn studenten getoond (lang leve de VPRO). Al ken ik zijn Vreemde kusten (met cd en vertaling door Benno Barnard) al een tijd, hij pàkt me alsmaar meer.

Ook enkele andere Friese gedichten (sommige met vertaling) op digischool.

(Er zijn er, wier da sein mij noopt tot brabbelen en inktsmossen, als met kracht van wetten. Er zijn er, zoals Tsjêbbe Hettinga, wier taal en tekst mij noden tot zwijgen.)

As’t jukt, dan juk’t.

Tuesday, October 10th, 2006

jeuheuheuheuk

Van oude heren – en de dingen die voorbijgaan… I.M. Jacky.

Saturday, October 7th, 2006

Een decennium geleden stierf Jacky De Mayer. Dit was mijn afscheid aan hem.

Wie toen die dag op die heldere lentemorgen Mechelen verliet en langs de Brusselse Poort en over de Vaartbrug den ellendigen steenweg opreed naar Kapelle-op-den-Bosch, kon niet anders dan verbaasd zijn over de traagheid waarmee Jacky naar Hombeek dorp reed. Het feit dat hij achteraan in de wagen in een kist lag, deed daar volgens mij niets toe – hij liet zich door niemand commanderen. Die ene keer dat ik hem in zijn wagen in Mechelen rondreed van de ene bevriende antiquaar naar de andere, claxoneerde hij op de losgelaten scholieren, mij hun boze blikken latend.

Jacky, we moeten afscheid nemen.

Als boreling in Kongo – dat de week van zijn dood zichzelf weer die naam gaf – had hij het aan een norbertijnerpater te danken dat hij kon eten. Anticiperend op zijn heengaan vroeg hij een tijd geleden aan pater Gereon van de Grimbergse abdij of hij zijn dodenmis wilde doen en zo de cirkel rond te maken. Niets menselijks was hem vreemd, ook zijn sterven niet – maar zelfs het afscheid zou naar zijn wil geschieden.

Maneer De Maeyer, ik groet U!

Hij had niet zozeer een zwak voor het goede en het schone, danwel een onophoudelijke passie ervoor. Wanneer zijn EG-collega’s siëstten in de loodzware Portugese zomermiddag stond hij na een frisse douche op straat, op zoek naar wat hij nog niet kende. Met een manisch dynamisme absorbeerde hij, verzamelde hij in hoofd en huis.

En iedereen was in beide welkom. Je kon bij hem te rade gaan voor de meest verscheiden onderwerpen; met een zenuwslopende zin voor perfectie stond hij je dan met raad en daadwerkelijke boeken bij.

Hij voelde zich door die belezenheid en onderlegdheid niet beter dan anderen. Wel kon hij verschrikkelijk opvliegend zijn bij matige kwaliteit en gewilde lelijkheid. Voor het verwijderen van een bord met affiches voor een scoutsfuif van een vorige vrijdag, dat het zicht op een oude bruk hinderde, belde hij een half dorp af op zoek naar de verantwoordelijke onverlaat. Maar hij kon met iedereen om – volgens hem was dat te danken aan zijn legertijd. Niet iedereen met hem, en daar kon hij het hart van in zijn. Wat hij niet begreep, was dat dat vaak door kleinigheden kwam. Een adonis was hij niet en wie bij hem langskwam, mocht geen aanstoot nemen aan zijn ongegeneerd voorkomen en de oorverdovende wijze waarop hij zich uitte. Maar onder dié kopjes hoorden dié schoteltjes en anders kreeg je geen koffie.

Hombekenaar, Vlaming, Europeaan en wereldburger. Bezorgd om de veranderingen in het dorp en het avondland, steeds pogend wat goed was vast te leggen en te bewaren, in de hoop dat anderen er nieuwe hoop uit kunnen putten. Meer dan de massa’s encyclopedische kennis is het zijn levenshouding die we zouden moeten onthouden.

Salut, Jacky!

Zeg ik nu al drie keer.

Het is na uw dood even moeilijk afscheid nemen als ervoor, gij laat iemand niet gemakkelijk gaan.