Alles had ik klaar: mijn armhaak,
pandjesjas, ooglap, schar op de kaak!
En ik vertrok naar Hongarije,
WAAR PIRATEN HONGER LIJEN!
Want het was
allemaal voor niets! Er is hier
In deze stad zelfs geen rivier.
En geloof het of niet, maar O WEE:
aan dit land grenst helemaal geen zee!
Daarom stuur ik je mijn hoed graag op.
Neem ‘m aan, zet ‘m op je kop
en verover snoep, landen, meisjes,
burchten, dino’s en ijsjes.
Maar verover ze en wees lief;
Steel de aandacht, word een hartendief
en geef dan met die lieve aard
zoals aan zijn mannen kap’tein Zwartbaard.
Je peter.