Kylie Minogue gezien in het Sportpaleis (7 mei 2008), het “perfecte popicoon”, grootse kleine opdonder en sympathieke dirigente zwelgend in leuke, niet misplaatste, toegejuichte zelfbestuiving. Het optreden was als kijken naar een live videoclip, waarbij het icoon digitaliseerde, defragmenteerde, fractaliseerde, om dan weer vrolijk vorm te krijgen in een prettige stijlenmix vol eróver rococo en bijtbare dansmanspersonen – strak of uitgekleed tot groter tevredenheid van de aanwezige andersgeaarde massa. Of zoals Sasha Van der Speeten het in De Standaard zegt: “Kylie kruipt uit het flitsende videoscherm alsof ze uit een vortex stapt: een vleesgeworden pixel in de gedaante van een sciencefictionprinses uit Dune van David Lynch”. Op een gegeven moment zakte het Grote Glimmende Gladhoofd, deudsheufd ex machina waarop de diva zich had gevlijd, als een zilveren en zeer goedaardige lome lobbes naar het podium; Death and the Maiden hadden zich verzoend, hun treffen uitgesteld, en beiden leken daar gelukkig mee – en o ja, ik ook (ik zoek er nog een foto van). Ik wens haar een leven toe dat minstens even lang lijkt als haar optreden, maar toch minder saai is op het einde.